Matthijs Maris: verschil tussen versies

1.152 bytes toegevoegd ,  2 maanden geleden
 
{{Citaat
| tekst = In het begin van den oorlog heb ik gezegd: Thijs, Thijs, je bent bij een volk gekomen, toen het hun goed ging, nou mot je ze ook helpen nu ze in nood zitten. Zoo is het gekomen dat ik me heb laten inschrijven bij de garde nationale. [..] Ik dacht dat wij maar een beetje zouden leeren schieten en dan uitrukken, maar dat is me een gezeur geweest. [..] Ik kom daar aan. Heb je geen papieren bij je? Ik heb een Hollandsche pas. Dites, kapitein, un Hollandais. Prens le, kom morgen je chefs kiezen[..] Een veertien dagen, drie weken later konden we pas een geweer krijgen.
| bron = {{aut|Matthijs Maris}}, brief van 29 mei 1871 vanuit Parijs, aan Fridolin Becker
| aangehaald = {{aut|P. Haverkorn van Rijsewijk}}, [https://www.dbnl.org/tekst/_onz021191801_01/_onz021191801_01_0038.php 'Matthijs Maris IV. De twee eerste jaren van zijn verblijf te Parijs (1869-juni 1871)'], in ''Onze Kunst'', 1918, p. 17121
| opmerking = De oorlog met Duitsland brak uit en Frankrijk werd bedreigd door de Duitse legers. Na de eerste Franse nederlagen liet Thijs zich inschrijven bij de [[w:Nationale Garde (Frankrijk)|Garde Nationale]], die als taak had om Parijs te verdedigen; volgens eigen zegge heeft hij geen schot gelost
}}
 
{{Citaat
| tekst = ..een eigen gouvernement, een Commune moesten ze hebben, en kijk man, ik ben niet thuis in de politiek, maar wat die heeren allemaal willen dat begrijp ik niet goed [..] Ik kan heel goed republikein zijn met een keizer of een koning op de troon! Hoe het ook is, ik heb veel achting voor de Franschen. Ze strijden een strijd, die ieder mensch in zijn binnenste strijdt. Het ongelukkige is maar dat het materieele altijd moet zegevieren. Hun zucht naar valsche roem dat zal ze de nek breken.
| bron = {{aut|Matthijs Maris}}, brief van eind 1871 vanuit Parijs, aan Fridolin Becker
| aangehaald = {{aut|P. Haverkorn van Rijsewijk}}, [https://www.dbnl.org/tekst/_onz021191801_01/_onz021191801_01_0038.php 'Matthijs Maris IV. De twee eerste jaren van zijn verblijf te Parijs (1869-juni 1871)'], in ''Onze Kunst'', 1918, p. 127
| opmerking = Na de nederlaag van Frankrijk tegen de Pruissen sloot Matthijs zich begin 1871 aan bij de [[w:Commune van Parijs (1871)|Parijse Commune]]; hij deelde met hen het idee van een heilstaat van 'Liberté, Egalité, Fraternité'. Zijn broer Jacob vertelde dat hij als 'communard' maar net wist te ontsnappen aan de Franse soldaten
}}
 
2.770

bewerkingen