James Ensor: verschil tussen versies

32 bytes toegevoegd ,  1 jaar geleden
k
andere tijdsindeling
k (andere tijdsindeling)
}}
 
===Citaten, vanaf1890 tot 1900===
{{Citaat
| tekst = Zijn [ [[w:Alfred Stevens|Alfred Stevens]] ] schilderijen stellen niets voor, zijn coloriet is een ratjetoe. Zijn werken maken geen verheven gevoelens los en zetten je evenmin aan het denken. Ze zijn van een liederlijke middelmatigheid die tot alle toegevingen bereid is: van gebrek aan kwaliteit en valse chic tot de lage streken van een doortrapte goochemerd.
| bron = {{aut|James Ensor}}, in ''Le coq rouge'', 1896
| aangehaald = {{aut|Marc Holthof}}, 'Alfred Stevens in de Koninklijke Musea', in ''De Witte Raaf'', editie 140 juli-augustus 2009
| opmerking = Vanaf 1896 publiceerde Ensor meermaals korte stukken in de Brusselse anarchistisch gezinde tijdschriften 'Le coq rouge' en 'La ligue artistique: libre tribune d'art et de littérature'
}}
 
{{Citaat
| tekst = [kritiek op de kunst-recensenten:] Enkele kunstbroeders [van de groep [[w:Les XX|'XX / Les Vingt]]'] worden op de index geplaatst, geweigerd, afgekraakt, beschimpt, aan de schandpaal genageld – vooral zij die als "revolutionair" bekendstonden [..] [kritiek op de leden:] ..de opportunistische kritiek van mijn artistieke vrienden, de domheid, de kwade trouw, de onkunde van critici, de vileine en laaghartige aanvallen van mijn voormalige imitatoren..
| bron = {{aut|James Ensor}}, brief oktober 1899, aan Jules Du Jardin
| aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 73; {{ISBN|978 90 854204 9 1}}
| opmerking = Ensor keek in 1899 tamelijk rancuneus en kritisch terug op de jaren die hij doorbracht in de kunstenaarsgroep 'XX' - zowel naar de kritiek erop van buitenaf, als naar de leden van de groep zelf
}}
 
===Citaten, vanaf 1900===
{{Citaat
| tekst = Wie zijn de genodigden [voor een tentoonstelling van 'Les XX'], en wat maken ze? [..] Ik weet van niets en wacht ongerust en onzeker, kregelig en achterdochtig zoals de draak Fessine, [..] overlopend van gal, met bokkenpoten, het verscheurde hart gevoed door het venijn van de anderen, schreeuwend, schijtend, boerend, scheten latend, veestend, pissend, een vreselijk gebrul uitzwetend [..] Ik wacht, angstig en gekweld, en vraag u snel te antwoorden. Uw toegewijd, James Ensor
| bron = {{aut|James Ensor}}, brief eind 1894, aan [[w:Pol de Mont|Pol de Mont]]
| aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 156-157; {{ISBN|978 90 854204 9 1}}
| opmerking = Ensor wilde het licht afbeelden, want het licht vertekent en vervormt de werkelijkheid, waardoor zowel "lijn" als "vorm" het nakijken hebben
}}
 
{{Citaat
}}
{{Citaat
| tekst = Zijn [ [[w:Alfred Stevens|Alfred Stevens]] ] schilderijen stellen niets voor, zijn coloriet is een ratjetoe. Zijn werken maken geen verheven gevoelens los en zetten je evenmin aan het denken. Ze zijn van een liederlijke middelmatigheid die tot alle toegevingen bereid is: van gebrek aan kwaliteit en valse chic tot de lage streken van een doortrapte goochemerd.
| bron = {{aut|James Ensor}}, in ''Le coq rouge'', 1896
| aangehaald = {{aut|Marc Holthof}}, 'Alfred Stevens in de Koninklijke Musea', in ''De Witte Raaf'', editie 140 juli-augustus 2009
| opmerking = Vanaf 1896 publiceerde Ensor meermaals korte stukken in de Brusselse anarchistisch gezinde tijdschriften 'Le coq rouge' en 'La ligue artistique: libre tribune d'art et de littérature'
}}
 
{{Citaat
| tekst = Uitgeput en doodmoe [..] Het leven in Oostende is monotoon [..] Ik ken geen enkele Oostendenaar. Ik walg van hun vijandige houding en hun weerzinwekkende gedrag.
}}
 
{{Citaat
| tekst = [kritiek op de kunst-recensenten:] Enkele kunstbroeders [van de groep [[w:Les XX|'XX / Les Vingt]]'] worden op de index geplaatst, geweigerd, afgekraakt, beschimpt, aan de schandpaal genageld – vooral zij die als "revolutionair" bekendstonden [..] [kritiek op de leden:] ..de opportunistische kritiek van mijn artistieke vrienden, de domheid, de kwade trouw, de onkunde van critici, de vileine en laaghartige aanvallen van mijn voormalige imitatoren..
| bron = {{aut|James Ensor}}, brief oktober 1899, aan Jules Du Jardin
| aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 73; {{ISBN|978 90 854204 9 1}}
| opmerking = Ensor keek in 1899 tamelijk rancuneus en kritisch terug op de jaren die hij doorbracht in de kunstenaarsgroep 'XX' - zowel naar de kritiek erop van buitenaf, als naar de leden van de groep zelf
}}
 
===Citaten, vanaf 1900===
{{Citaat
| tekst = De experimenten van de [[w:Pointillisme|pointillisten]] [als Seurat en Signac] lieten mij koud; zij trachtten slechts de trillingen van het licht weer te geven. Koud en methodisch stippelden zij [..] het resultaat is een onpersoonlijk kunstwerk. Het pointillisme [..] komt er niet toe, het [licht] vorm ter geven. Mijn eigen zoektocht, mijn visie staat er ver van af. ''Je crois être un peintre d’exception'' (Ik zie mezelf als schilder van de uitzondering).
2.770

bewerkingen