James Ensor: verschil tussen versies

703 bytes toegevoegd ,  1 jaar geleden
(nieuw citaat, 1895)
}}
{{Citaat
| tekst = Uitgeput en doodmoe [..] Het leven in Oostende is monotoon [..] Ik ken geen enkele Oostendenaar. Ik walg van hun vijandige houding en hun weerzinwekkende gedrag.
| bron = {{aut|James Ensor}}, brief 23 januari 1897, aan Constantin Ganesco
| aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 165; {{ISBN|978 90 854204 9 1}}
| opmerking = Het jaar 1897 was een weinig creatief jaar voor Ensor. Op de weinige doeken die hij maakte verschenen veel skeletten, die met hun zeis door de lucht maaiden. Natuurlijk kende Ensor mensen in Oostende, maar hij ergerde zich van tijd tot tijd enorm aan de bekrompenheid aldaar
}}
 
{{Citaat
| tekst = De experimenten van de [[w:Pointillisme|pointillisten]] [als Seurat en Signac] lieten mij koud; zij trachtten slechts de trillingen van het licht weer te geven. Koud en methodisch stippelden zij [..] het resultaat is een onpersoonlijk kunstwerk. Het pointillisme [..] komt er niet toe, het [licht] vorm ter geven. Mijn eigen zoektocht, mijn visie staat er ver van af. ''Je crois être un peintre d’exception'' (Ik zie mezelf als schilder van de uitzondering).
2.770

bewerkingen