Jan Veth: verschil tussen versies

989 bytes toegevoegd ,  7 maanden geleden
nieuw citaat, 1886
(voorjaar 1886, citaat)
(nieuw citaat, 1886)
| aangehaald = {{aut|Johan Huizinga}}, [https://www.dbnl.org/tekst/huiz003verz07_01/huiz003verz07_01_0043.php 'Vorming'], in ''Verzamelde werken. Deel 6. Biografie'', uitgeverij Tjeenk Willink & Zoon, Haarlem 1950, p. 351
| opmerking = De brief schreef hij na zijn portret van Verwey, dat goed aansloeg in artistiek Amsterdam; er kwamen nu opdrachten van onbekende mensen. Maar ook was er de kritiek van [[w:Anton Mauve|'Meneer Mauve']] die soms heel complimenteus was, maar 'achteraan komen dan harde waarheden die ik zelf inzie'.
}}
 
{{Citaat
| tekst = Ik verlang naar buiten, want het schijnt wel, of ik van de portretten niet meer af kan komen, als ik in de stad ben. Mijn kennissen zijn jaloersch op mijn bestellingen, en beweren schertsend, dat ik een geldwolf word. Ik heb nu in minder dan vier maanden f 1200 verdiend, maar het zal nu wel uit zijn. Met de portretten van meneer en mevrouw Jolles heb ik veel succes gehad, en het wordt tijd, dat ik eens iets maak, waar ik niets geen succes mêe heb.
| bron = {{aut|Jan Veth}}, brief uit Amsterdam 1886, aan Van Deventer
| aangehaald = {{aut|Johan Huizinga}}, [https://www.dbnl.org/tekst/huiz003verz07_01/huiz003verz07_01_0043.php 'Vorming'], in ''Verzamelde werken. Deel 6. Biografie'', uitgeverij Tjeenk Willink & Zoon, Haarlem 1950, p. 353
| opmerking = Enkele dagen later had hij zich al in Laren gevestigd (dicht bij Mauve) en schreef: 'Wat schilderen betreft, ga ik eerst eens niets als landschap doen, omdat ik de vrije, diepe kleur het meest noodig heb'.
}}
 
2.770

bewerkingen