Jan Veth: verschil tussen versies

717 bytes toegevoegd ,  7 maanden geleden
| tekst = Ik zou toch heusch wel zin hebben, om landschapschilder te worden. Als ik dit zeg, zet mijnheer Allebeé [directeur van de Rijksacademie, Amsterdam] een zuur gezicht. "Waar blijf je dan met je litteratuur?" zei hij mij eens. Maar dat is gek en doet niets ter zake. Maar om een goed landschapschilder te worden, moet men zoo verbazend veel, jaar in jaar uit, in de natuur gezeten hebben, om wat te leveren; en ik wil toch zooveel anders en... ach nog zoo weinig.
| bron = Jan Veth, brief van Baarn zomer 1884, aan zijn toenmalige verloofde
| aangehaald = {{aut|Johan Huizinga}}, [https://www.dbnl.org/tekst/huiz003verz07_01/huiz003verz07_01_0043.php 'Vorming'], in ''Verzamelde werken. Deel 6. Biografie'', 1950, Tjeenk Willink & Zoon, Haarlem 1950, p. 340
| opmerking = [[w:August Allebé|Allebeé]] was een voormalige belangrijke schilderdocent van Jan Veth, die ook na de opleidingsjaren per brief nog contact hield met zijn studenten. Voor Veth vond hij blijkbaar de schrijvers-kant van groot belang om verder te ontwikkelen
}}
 
{{Citaat
| tekst = Een zeer kleine kring van kunstenaars of toekomstige verwachten iets van me, of hebben dat gedaan. En dat bezwaart mij al. De rest houdt mij voor een malle, verwarde, droomerige jongen, en dat is ook zoo..
| bron = {{aut|Jan Veth}}, brief zomer 1884, aan zijn verloofde Anna Dorothea Dirks
| aangehaald = {{aut|Johan Huizinga}}, [https://www.dbnl.org/tekst/huiz003verz07_01/huiz003verz07_01_0043.php 'Vorming'], in ''Verzamelde werken. Deel 6. Biografie'', uitgeverij Tjeenk Willink & Zoon, Haarlem 1950, p. 349
| opmerking = Die zomer logeerde Veth bij [[w:Willem witsen|de familie Witsen]] op de 'Ewijkshoeve' te Baarn; de jonge schilder is bepaald niet arrogant of zichzelf-overschattend
}}
 
2.770

bewerkingen