Paul Joseph Constantin Gabriël

Nederlands kunstschilder

Paul Joseph Constantin Gabriël (Amsterdam, 5 juli, 1828 - Den Haag, 23 augustus 1903) was een Nederlandse schilder, tekenaar, aquarellist en etser, die behoorde tot de Haagse school.

'Portret van Paul Gabriël', door Thérèse Schwartze, 1899
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Citaten van Paul Gabriël - chronologischBewerken

Citaten, 1860 - 1880Bewerken

  • „Nu weet [..] gij hoe ik over eleves [in het frans: leerlingen], meesters en kunstlessen denk: de algemeene denkbeelden over kunst ontwikkelen, heeft mij altijd het eenig mogelijke toegeschenen. Het verdere hangt van de élève af; dus veronderstel ik ook dat Lokhorst zich niet verbeeld dat ik hem eens eventjes de kunst om schilderijen te maken zal leeren en dat degenen die zich voor hem interesseeren ook niet verwachten dat hij, van Brussel terug, maar aan het werk kan gaan om chef d'oeuvres [meesterwerken] voort te brengen”
  • „..Ik zou mij echter gelukkig achten indien het voor 250 gld [gulden] verkocht werd. [..] Zal het mooi of slecht weer worden? Dit waren mijn eerste gedachten toen ik mijn schilderij in den natuur zag; mij vleiende dat zulks goed moge wedergegeven zijn wil ik mijn vraag tot titel nemen ['Zal het mooi of slecht weer worden']”
  • Bron: Paul Gabriël, brief uit Brussel, 13 juli 1862, aan kunsthandelaar Verloren te Utrecht
  • Aanhaling(en): H.E, van Gelder 'Brieven uit P. J. C. Gabriel's Brusselschen tijd', in Oud Holland, Vol. 42, 1925, p. 179
  • Dit citaat komt uit een heel vroege brief van Gabriël, die hij schreef aan kunsthandelaar Verloren; hij bood hem een schilderij te koop aan dat kort daarop door bemiddeling van Verloren voor de gevraagde prijs aangekocht werd door Van Rappard te Zeist
  • „Wij (zijn leerling en vriend Lokhorst en mijn persoontje) zijn druk buiten aan het studeeren; het weer laat wel wat te wenschen over, maar kunnen ons daar niet aan storen; gaan smorgens om 6 ½ van huis en komen om diezelfde streek van tijd te huis [half oktober] en vinden mooije dingen. Lokhorst werkt goed, zelfs het verbaast mij voor iemand die zoo weinig buiten gewerkt heeft; het is verwonderlijk goed (Roelofs vindt zulks ook) en ik zou er zelf jaloers op kunnen zijn.”
  • Bron: Paul Gabriël, brief uit Brussel, 14 oktober 1862, aan kunsthandelaar Verloren te Utrecht
  • Aanhaling(en): H.E, van Gelder 'Brieven uit P. J. C. Gabriel's Brusselschen tijd', in Oud Holland, Vol. 42, 1925, pp. 179-180
  • Willem Roelofs was de leermeester van Gabriëls in België voor enige tijd; ook daarna bleef er goed contact; beiden waren toen de Nederlandse schilders in België. Het contact met de jongere Lokhorst duurde niet lang
  • „Mij vleyende UEd. [Uwedele] niet te beleedigen zou het mij aangenaam zijn U dit schilderijtje 'Het Drielse Veer' als een bewijs mijner hoogachting en erkentelijkheid te mogen aanbieden; [ik] pretendeer niet dat het tot mijn beste werken behoort, maar geloof toch dat hetzelve geen gek figuur in Uw collectie zal maken; het schilderijtje stelt voor, en zeer juist gevolgd, de Rhijn bij Oosterbeek, genomen van den Doornweerd, op het Drielsche Veer ziende.”
  • Bron: Paul Gabriël, brief uit Brussel, 14 oktober 1862, aan kunsthandelaar Verloren te Utrecht
  • Aanhaling(en): H.E, van Gelder 'Brieven uit P. J. C. Gabriel's Brusselschen tijd', in Oud Holland, Vol. 42, 1925, p. 180
  • Opmerkelijk is dat Gabriël al zo vroeg in Oosterbeek heeft gewerkt, het schildersdorp van de 'Hollandse Barbizon'; waar ook in die jaren Mauve en Willem Maris schilderden - allen aangetrokken door de uitstraling van de daar werkende landschapschilder J.W. Bilders
  • „Amice, Wees zoo goed, indien het niet te laat is, de titel 'l'Aprês-Midi' ['Namiddag', is titel van een werk, ingezonden voor de expositie] uit te schrabben en eenvoudig maar 'Paysage' te zetten om den eenvoudige reden [..] daar ik het moment genomen heb [in het werk] dat de zon begint te kleuren en (sic) doordien er damp is - door velen voor een morgen aangezien zal worden. Mauve zal een anderen aquarelle zenden..”
  • „Wees wat, weest U zelve, zoo niet gooi uw palet in 't vuur. Vormt een school zoo ge wilt, maar het moet uit U komen, maar gij zelve mag tot geen school behooren.”
  • „..dan moet ge maar eens goed opletten, hoe in ieder gewest van ons land het plattegrond er geheel anders uitziet; niet alleen het weiland heeft een andere tint, maar de koeien zijn anders, ja de menschen hebben als 't ware het karakter aangenomen van den grond zij zijn geboren en getogen. Dat is zoo sterk, dat toen ik met Roelofs nog in Brussel woonde [vroege 1860's] en wij in 't mooie gedeelte van het seizoen naar Holland plachten te gaan om studies te maken, Roelofs wanneer hij thuis kwam, mij niet behoefde te zeggen waar hij geweest was. Ik zag het aan zijn werk en één voor één noemde ik hem de plekjes van ons vaderland, waar hij op studietocht van het land en de bewoners schetsen had gemaakt. Van daar dan ook die groote verscheidenheid in het werk van sommige landschapschilders, die nu hier en daar en overal ons land schilderen, terwijl van anderen het werk niet vrij van eentonigheid is.”

Citaten, na 1880Bewerken

  • „..gaat stil uw gang [..] vraag nimmer hoe een ander het deed of doet, tracht de natuur te doorgronden, opserveer alles, tracht te leren zien en zoekt U zelve de gemakkelijkste weg om die weer te geven; men kan uit de natuur verschillende keuzen doen, volgt die het hart u zegt, waarvoor gij het meeste voeld [..] zoek datgeene waar effect in zit, iets wat duidelijk iets zeggen wil. [..] om in drie vloeken en een zucht, vergeeft mij die banale uitdrukking, indrukken, voorbijgaande effecten, op het doek te werpen. Opserveerd vooral goed de toon van elk voorkomend oogenblik.”
  • Bron: Paul Gabriël, in een brief aan Geesje van Calcar, na 1882
  • Aanhaling(en): Rob en Winky Vetter, Geesje van Calcar. Een echte Mesdag; Stichting Fraeylemaborg, Schipluiden 2001, ISBN 9789090148960; pp. 18-22
  • Citaat van Paul Gabriël drukt treffend zijn eigen werkwijze uit en zijn sterke focus op 'het moment'. Hij raadde haar aan om grote studies te maken, maar beslist ook veel kleine. Nota bene: Geesje was de vrouw van Taco Mesdag
  • „..neemt U in acht, bedwingt eene al te grote gevoeligheid en koopt eene groote dooses kout overleg; schilder groote studiën van een enkel voorwerp, bestudeerd die tot in zijne nieren [..] Opserveer vooral goed de toon van elk voorkomend oogenblik, waardoor gij bewaard zal blijven een fabrikante te worden [..] en schilder vooral niet alles even dik in de verf.”
  • „..de Heer T. [Taco] Mesdag is mij in zijn geëxposeerd landschap erg medegevallen, juist van toon en gebroken; ook op zijn atelier zag ik een goede aanleg, waar veel lucht in zat, maar het gelijkt ook al op de Haagsche school, wat ik minder goed vind. Ik ben twee dagen bij ZEd. geweest, heb mij regt geamuseerd [..] Zoo ziet gij, waarde Geesje! dat hoewel artist zijnde en mooi woonen weinig beteekend ik steeds een afhankelijk persoon van omstandigheden blijf, wat ik heel onbillijk vind voor zooveel gewerkt te hebben..”
  • Bron: Paul Gabriël, in een brief aan Geesje van Calcar, na 1882
  • Aanhaling(en): Rob en Winky Vetter'De schilder Constan Gabriel 1828 – 1903', Leesstukken, op website MesdagvanCalacar
  • Taco Mesdag was de man van Geesje van Calcar, en broer van de bekendere Hendrik Willem Mesdag; beide broers waren eerst bankier en later schilder, dus welgesteld vergeleken met Gabriël
  • „Ga maar naar boven [tegen Louis de Haes], je weet den weg; kom je eens een kijkje nemen? Er is toevallig op 't oogenblik niet veel bizonders, maar je vindt toch altijd wat; en dan maken we nog een praatje nietwaar; ga je gang, ik volg je wel; pas op met het binnengaan want er staat een groot schilderij voor de deur.”
  • Bron: Paul Gabriël, tijdens een atelierbezoek en interview van Louis de Haes, c. 1893
  • Aanhaling(en): Louis de Haes, in zijn artikel 'P.J.C. Gabriël; in Elsevier's geïllustreerd maandschrift 3.], April/Mei 1893, pp. 453-473
  • Citaat van Gabriël toont de houding van de oude meester tegenover een jongere kunst-criticus
  • „[Verbeelding], ik vind het eenvoudig een ziekelijke eigenschap, zie je wel; verbeelding, dat is de weg naar de krankzinnigheid. Verbeeld je dat je uit je verbeelding gaat schilderen zonder de natuur te kennen; daar komt immers niets van terecht. Al die menschen van verbeelding verbeelden zich zoo veel, en 't is 't grootste ongeluk wat je op de wereld kan hebben, weet je waar 't alleen goed voor is: om je gebreken te idealiseeren.”
  • Bron: Paul Gabriël, tijdens een atelierbezoek van Louis de Haes, c. 1893
  • Aanhaling(en): Louis de Haes, in zijn artikel 'P.J.C. Gabriël; in Elsevier's geïllustreerd maandschrift 3.], April/Mei 1893, pp. 453-473
  • Citaat van Gabriël ontkent de rol van de verbeelding voor de kunstenaar
  • „Wat zou het schilderen een mooi iets kunnen zijn, indien veele dingen anders waren [..] ik heb er twee nachten op geslapen maar het wil er nog niet in, die turfschuit wil niet aan de kant en ik weet niet hoe die aquarelle nog teregt komt. [..] Wat mij aangaat ben gezond, maar ik heb het spleen. Weet gij wat dat is? Dat is zoo iets, dat men wel in den grond zou willen kruipen. [..] groeten indien ik te A. [Amsterdam kom zoek ik U op. Oom Constan”
  • Bron: Paul Gabriël, brief, Den Haag 1895, aan zijn neef Henri Gerard ten Cate
  • Aanhaling(en): Seniorennet, 'Geschiedenis en Schilderwerken van de familie's ten Kate', 19-11-2010
  • De kinderloze Gabriël en zijn vrouw richtten hun affectie vooral op hun oudste neef Henri Gérard; alleen voor hem was het 'Oom Constan'; voor de rest van de wereld, ook voor zijn vrienden: Gabriël!
  • „Mijnheer Gericke van Herwijnen, de gezant, heeft mij eigenlijk op die plassen attent gemaakt [..] er zijn dagen geweest dat ik harder en zwaarder werkte dan de ijverigste poldergast. Ik zag dan zoo'n dag niets als water, hemel en één boer; dat was dan de boer van wien ik de schuit huurde [om zich varend door de polder te verplaatsen voor het schetsen], vat je wel? Een fichu métier [frans: een vervloekt vak].”
  • Bron: Paul Gabriël, tijdens een atelierbezoek van Louis de Haes, c. 1893
  • Aanhaling(en): Louis de Haes, in zijn artikel 'P.J.C. Gabriël; in Elsevier's geïllustreerd maandschrift 3.], April/Mei 1893, pp. 453-473
  • Citaat van Gabriël laat zien hoe hij er feitelijk toe is gekomen om vele malen de polders te schilderen
  • „Die [de lucht] bewaar ik voor het laatst. Ge moet weten dat ik die lucht voor mij zie zooals ik die op het doek wil hebben. Bij 't schilderen van het landschap kijk ik naar de lucht die ik in mijn hoofd heb, dan komen de juiste tegenstellingen van het landschap vanzelf. Ik voltooi mijn schilderijen door er mijn lucht op te zetten.”
  • Bron: Paul Gabriël, tijdens een atelierbezoek van Louis de Haes, c. 1893
  • Aanhaling(en): Paul Joseph Constantin Gabriël - 1828-1903 - Colorist van de Haagse School, red. Moniek Peters & Benno Tempel (et al), Dordtrechts museum / Waanders Zwolle, 1998; ISBN 90-400-9225-7
  • Juist zijn luchten werden zowel bekritiseerd (als te kleurig), en bewonderd [kleurig en in één vlak], zoals door de vroege Mondriaan
  • „Da's een aardig boekje hè, daar kan je in zien hoe de menschen over mij denken. Over 't algemeen niet slecht, dunkt mij. Neen, maar ik heb toch in Frankrijk en België verreweg steeds het meeste succes gehad; nu onlangs nog in Parijs op die expositie van de Kuyper, met dat schilderij van beneden; daar heb ik veel plezier van gehad..”
  • Bron: Paul Gabriël, tijdens een atelierbezoek van Louis de Haes, c. 1893
  • Aanhaling(en): Louis de Haes, in Het schildersboek. Nederlandsche schilders der negentiende eeuw. Deel 1. p. 235; Elsevier, Amsterdam 1898 pdf van volledige tekst
  • Paul Gabriël reageert op een kunstartikel in de Figaro in 1891; hij wordt daarin door Albert Wolff beschreven als de grootste kunstenaar van Nederland en één van de grootste van Europa, van die tijd
  • „Alhoewel ik er zelf wat knorrig uit kan zien houd ik er veel van dat het zonnetje in het water schijnt, maar buiten dat, ik vind mijn land gekleurd en wat mij bijzonder opviel wanneer ik uit den vreemden kwam: ons land is gekleurd sappig vet, vandaar onze schoone gekleurde en gebouwde runderen, hun vleesch melk en boter, nergens vind men dat zoo maar ze worden ook door dat sappige vette land gevoed - ik heb vreemdelingen dikwijls horen zeggen, die Hollandsche schilders, schilderen allemaal grijs en hun land is groen - wanneer men jong is word men naar buiten gezonden om te studeren in een gekleurde natuur en later moet men den grijze Schilderijen schilderen, een ensemble bordpapier met hier en daar een kleurtje en dat heet poëzie; dat heeft bij mij veel weg van meubelmakerij op de atelier bedacht en het wordt dikwijls een opgaaf als of het niet anders kan..”
  • „Een vroege morgen kan oppervlakkig er grijs uitzien maar ze is het niet, ze is transparanter fijn - de kleuren grijs teer - men kijkt door de admosfeer heen; als ook een avond met daauw op het land is veel gekleurder dan men wel zou geloven, dikwijls zoo sterk dat het [kleur]-palet te kort schiet. [..] hoe meer ik opserveer hoe gekleurder en transparanter de natuur wordt en en dan de lucht erbij gezien een heel ander iets en toch zoo in harmonie [..] ik herhaal het ons land is niet grijs, zelfs niet bij grijs weer, de duinen zijn ook niet grijs..”
  • Bron: Paul Gabriël, brief, 29 mei 1901, aan kunstcriticus A.C. Loffelt
  • Aanhaling(en): John Sillevis, Catalogus', in De Haagse School.. , red. Ronald de Leeuw, John Sillevis, Charles Dumas; Haags Gemeentemuseum/Dienst Verspreide Rijkscollecties, Den Haag, 1983, p 183
  • Gabriël onderscheidde zich van de andere Haagse School schilders door zijn kleurige benadering, waar hij overigens vaak kritiek op kreeg. Mondriaan bewonderde juist zijn werk, zoals 'De maand Juli', dat hij naschilderde

Citaten, ongedateerdBewerken

  • „Ziet nooit, wat of hoe een ander het deed, is Uw zien of gedachte niet net zoo goed als van ieder ander [..] iets nieuws voor te brengen is geen gemakkelijke zaak en vereischt tijd van zoeken. maar houd U wel voor dat gij zulks nimmer uit boeken of op Uw atelier nog [noch] op anderen zult vinden, maar wel in de open natuur, de eenige bijbel van Gods grootheid.”

Citaten over Paul Gabriël - chronologischBewerken

  • „Het speet mij voor Gabr[iel] alle door U zoo ijverig aangewende moeite te vergeefsch is geweest, om hem van een der schilderijen in Arti ('Arti et Amicitiae', te Amsterdam) af te helpen. Zou er geen kans bestaan om voor hem eens een klein gesoigneerd (door mij, als het helpen kan, gerugsteund) schilderij te bestellen voor den een of ander? Hij verdient het zoo dubbel en een honderd guldens kunnen op sommige oogenblikken zoo véél doen.”
  • „Gabriëls kunst is boven alles waar. 't Is van het begin tot het einde één groot streven om ons de natuur te geven zooals hij die ziet. De artist behoedt echter den opmerker voor al te getrouwe realiteit, waar die kwetsend zou kunnen zijn voor het oog, en zoo ontstaat naast groote realiteit een harmonie van lijn en kleur, die de aantrekkelijkheid van Gabriël's schilderijen uitmaken [..] Het schilderij dat hij maken wil staat hem helder en duidelijk voor den geest, tot in geringe onderdeelen, en hij wijkt van zijn primitieve opvatting geen handbreed af. Gelukt hem niet te bereiken wat hij bedoelt, dan wordt het doek weer tijdelijk weggezet, om het later weer op nieuw op te vatten; doch het oorspronkelijk plan wordt nooit gewijzigd [..] Zonder eenige affectatie of eenige jacht op effect geeft zijn werk niets dan de onopgesmukte waarheid, met een kalmte en leukheid die den maker kenmerken.”
  • „Om zeker te wezen van zijn toon, placht hij het schilderij onderste boven en opzij op zijn ezel te zetten.”
  • Bron: G.H. Marius, De Hollandse schilderkunst in de negentiende eeuw, M. Nijhoff, 1903
  • Aanhaling(en): Studio 2000, 'Verborgen betovering in het landschap van Gabriël', in Studio 2000 magazine 2014
  • Met 'toon' wordt hier de kleurtoon, de grijswaarde van de kleur bedoeld; om zich hierop te concentreren draaide Gabriëls zijn werk om, zodat hij los van de voorstelling naar de toon van het geheel kon kijken
  • „Gabriël was de meester van het Hollandse landschap zonder verhaal, zonder voorval, van de verborgen betovering van licht, lucht en water. [..] Hij hield van het landschap waarop weinig te zien is; hij zocht eenvoud, helderheid en zuiverheid. Een landschap hoefde voor hem niet "schilderachtig" te zijn.”

Externe linksBewerken

Galerij van werkenBewerken