Leo Gestel

Leo Gestel (Woerden, 22 november 1881 - Hilversum, 26 november 1941) was een Nederlands kunstschilder en reclame-ontwerper; hij wordt gerekend tot de kunstenaars van de Bergense School.

Leo Gestel, 1913: 'Zelfportret', houtskool en wit krijt op papier
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons

Citaten van Leo Gestel - chronologischBewerken

  • „Bij gebrek aan verdiensten (niemand liet geld los, ook niet mijn koopers) hebben we pogingen gedaan, Van der Hem en ik, om naar ’t front te kunnen komen om voor de bladen te teekenen, zoodra de vlucht uit België bekend werd.’”
  • Bron: Leo Gestel, c. 1914-15, notitie in zijn Cahier B, p. 54
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 67
  • Op de grens van België naar Nederland was in 1914 door de Duitse inval in België een immense vluchtelingenstroom op gang gekomen. Het was dus in eerste instantie om financiële redenen dat hij tekeningen ging maken van Belgische vluchtelingen aldaar. Met schetsboeken 'vol krabbels en met nog meer stof in de geest' kwam hij terug Hieruit ontstond in 1914 en 1915 een serie van ruim honderd tekeningen, pastels en aquarellen 'De vlucht uit België'
  • „U begrijpt dat ik, na zoowat twee en een halve maand op reis te zijn geweest, blij ben eindelijk eens rustig ergens [in Taormina, op Sicilië] te kunnen zitten, en aan het werk te kunnen gaan. Reizend kom je niet tot iets degelijks en blijft het bij schetsen maken hier en daar.”
  • Bron: Leo Gestel, brief 31 januari 1924 vanuit Sicilië, aan zijn oom in Eindhoven
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, als reisbeschrijver en verteller', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 45; ISBN 90-9008916-0
  • Gestel had maanden door Oostenrijk en Italië gezworven (Venetië Rome, Florence, Napels, waarna hij op Sicilië belandde om daar langer te verblijven, om tot schilderen te komen
  • „’t Is een mooi landschap, echt rustiek, interessant, ook wat het figuur betreft, leuke typen, die op hun ezeltje naar hun akkertje gaan, de bergen in. [..] Taormina [op Sicilië] ligt tegen een berg. Wij wonen op den berg en hebben mooi uitzicht op de stad, de rotsen eromheen en de zee [..] Wij hebben een kamer gehuurd als atelier en ik hoop spoedig flink aan de slag te kunnen [met schilderen!]. Tonogtoe heb ik hier en daar alleen nog maar wat krabbels gemaakt.”
  • Bron: Leo Gestel, brief 31 januari 1924 vanuit Sicilië, aan zijn oom in Eindhoven
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, als reisbeschrijver en verteller', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 49; ISBN 90-9008916-0
  • Op Sicilië kon Gestel in januari toch buiten werken, wat hem in de noordelijke gebieden van Italië niet zou lukken tijdens de wintermaanden. Ook hier trof hij de mensen in het landschap aan, wat hij graag opzocht als schildermotief
  • „Vanmiddag maakte ik met G. [de schilder Gerrit van Blaaderen ] een grote wandeling door de golvende korenakkers waar men nu al begint het graan te snijden. We maakten hier en daar wat krabbels en praatten met boertjes, want wil je het land begrijpen, dan moet je de menschen kennen in hun primitieven staat [..] De velden zijn een golvende goud-zee.”
  • Bron: Leo Gestel, brief juli 1926 vanuit Vlaanderen, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 49; ISBN 90-9008916-0
  • Gestel verbleef voor de 2e keer langs De Leie bij Gent. Hij zocht graag die landschappen op, waarin zich mensen bevonden die hun specifieke verbondenheid of betekenis in dat landschap hadden
  • „Ik heb altijd een zwak voor de madonna en ga die huisjes [Mariakapelletjes langs de veldweg] nooit voorbij zonder even te denken aan een arm vrouwtje in Italië, dat eens bij mij kwam staan, toen ik aan het werk was. Zij beloofde mij de bescherming van de H. Maagd en nadien is Maria in mijn leven verschenen en voel ik haar overal beschermend naast mij.”
  • Bron: Leo Gestel, brief juli 1926, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 49; ISBN 90-9008916-0
  • Leo Gestel was niet zozeer een religieus man, maar stelde zich blijkbaar toch open voor deze dimensies
  • „Om mild te zijn jegens het werk, moet men voortdurend hard zijn voor zichzelf; dit is een noodzakelijkheid. Dikwijls moet men ook voor anderen hard zijn [..] om zich te kunnen geven aan werk, waaraan men zich voorgoed verpand heeften dat men zijn leven lang niet zal verlaten.”
  • Bron: Leo Gestel, brief c. 1926, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, pp. 30-31 ISBN 90-9008916-0
  • In 1926 maakte Gestel na een retraite aan de Leie een hevige depressie door. Wellicht was de taak die hij zichzelf als kunstenaar oplegde te zwaar geweest. Dirk Klomp herinnerde hem daarom aan vroegere tijden, waarin hij wel een balans had tussen kunst en leven. Na deze depressie ontstonden zijn Leie-landschappen
  • „Na het eten [in het pension] hingen wij nog even over het planken schot van het boolbaantje. Het is een lange loods met balken. [..] [op de baan] waren de dikke Pier en de Magere Pier. [..] Madame Pier is groot en bijzonder omvangrijk [..] Met elkaar wegen ze ver over de vierhonderd pond en wat ik het vorig jaar niet kon, dat hoop ik nu te kunnen: van de gasten wat te maken [op papier of op doek].”
  • Bron: Leo Gestel, brief juli 1926, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 53; ISBN 90-9008916-0
  • Gestel was het jaar ervoor ook al daar aan de Leie in Vlaanderen geweest, in hetzelfde dorp. Nu hoopte hij dat hij in staat was om de mensen uit het dorp (aan de Steenweg naar Gent) te kunnen schilderen
  • „[de academie als] monument van levenloos conservatisme, die gedurende een periode van twintig jaar evolutie in de kunst het imago heeft behouden van een duf bureau voor ambtelijke arbeid.”
  • Bron: Loosjes-Terpstra, 'Gestel als modernist', in Alkmaarse Courant, 3 april 1926
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 87
  • In 1926 schreef Gestel een open brief aan 'het Nederlandsche volk en zijn regering' met een aanklacht tegen de kunstacademie. Hij riep op om de verouderde reglementen te vervangen door wetten die in overeenstemming zijn met de kunstenaar als 'geboren vrijheidsmensch'
  • „Het is eigenlijk idioot, om deze reizen naar het buitenland te maken, terwijl je op een oud fietsje met een tasch proviand voor een matig prijsje in eigen land het onbekende tegemoet kunt gaan. Ken je de streken van de Overijselsche Vecht met de gouden korenvelden en de typische zwarte boertjes en boerinnetjes [..] Ik heb er nog wat kunnen noteeren [schetsen].”
  • Bron: Leo Gestel, brief 1929, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 28 ISBN 90-9008916-0
  • Gestel heeft veel reizen naar het buitenland gemaakt en daar geschilderd en geschetst, o.a. naar Mallorca, Madrid, het Beierse Woud, Venetië en Florence. De mensen in het landschap was een geliefd motief voor hem, om met name de relatie tussen die twee uit te werken
  • „De overwinning in het werk is tenslotte meer waard dan welvaart. Niet de weergave van het geziene, of het beleven is het werk, maar dat, wat wij in ons zelve zien in bescheidenheid en toewijding.”
  • Bron: Leo Gestel, brief 1932, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 30 ISBN 90-9008916-0
  • Vanaf c. 1912 al had Gestel een maagkwaal die van tijd tot tijd het schilderen onmogelijk maakte. Bovendien koos hij ervoor om, zodra hij van zijn schilderijen kon rondkomen, te staken met illustraties voor boeken, dagbladen en verpakkingsmateriaal, en zijn reclame-ontwerpen voor Philips in 1918-1919
  • „..Wat zou er tegen zijn? Aangenomen dat het werk ook onder 'Kunst' thuis behoort waarom ’t dan niet getoond als men daar tijd en lust toe heeft. [..] En zo ik je zei, met jou zijn er zeker heel veel voor wier het geen gezang wordt, velen aan wien ik ergernis verwekt, maar daartegenover zijn er ook die ervoor openstaan en voor wie het zingt. Die spreken mij niet over de voordracht. Men vraagt toch ook niet aan de vogel die men graag beluistert waarom hij zo zingt of wanneer men liefheeft waarom men zo liefheeft.”
  • Bron: Leo Gestel, brief 1 mei 1932 aan J. Slagter; RKD. Archief Leo Gestel. Correspondentiemap
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 100
  • Slagter had Gestel sterk aangeraden om met zijn recente werk nog niet naar buiten te treden. Gestel antwoordde hierop dat hij wel moest exposeren, om zo financiëel in staat te zijn om verder te werken. Maar zwaarder nog woog voor hem bovenstaande citaat
  • „..heb ik den indruk gekregen dat je ’t [mijn nieuwe] werk niet meer volgen kon, althans de sfeer er van voor je verborgen bleef, waardoor dan ook voornamelijk de voordracht ter sprake kwam. [..] Is dan niet heel mijn werken en zoeken en vinden in het latere werk opgebouwd? Ik ben toch zeker de man niet om met de pet er naar te smijten en wat er in ’t latere werk aanwezig is, is niet plotseling daar - maar [..] langzaam en toch gestadig gegroeid.”
  • Bron: Leo Gestel, brief 1 mei 1932 aan J. Slagter; RKD. Archief Leo Gestel. Correspondentiemap
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 100
  • Gestel liet zich niet gauw van de wijs brengen door kritiek, maar toen zijn vriend Slagter afwijzend reageerde op zijn nieuwste werk raakte hem dat diep. Dat juist zijn vriend Slagter, die hem al lange tijd volgde zijn nieuwe beeldtaal van gedeformeerde figuren niet kon waarderen, was erg pijnlijk
  • „Ik ben daar verlegen mee en acht dit ook onbillijk. Ik kijk hoog op tegen mijn tijdgenooten [Jan] Sluyters, [broers] Wiegman, Charley [Toorop] en voel mij niet hun meerdere.”
  • Bron: Leo Gestel, 1933, 'Cahier C', p. 10 verso (Cahier Vervolg aanteekeningen/Oct. '32, BPL 3040/3)
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 111
  • Zijn vriend Adriaan Lubbers schreef vanuit Parijs dat kunst-criticus Fierens daar hoog opgaf over Gestels werk in zijn artikel 'L’Art Hollandais contemporain'. Hij roemde daarin de gebroeders Wiegman en Jan Sluijters, maar de grootste waardering sprak hij uit voor Gestel
  • „Intusschen heb ik nog allerlei werkjes op te knappen die ik noodzakelijk wel moet aannemen zoodat ik inderdaad heel weinig tijd voor ’t werk werd overgelaten.”
  • Bron: Leo Gestel, brief 16 april 1935, aan Nel Schilt; K.B. Den Haag: Bijzondere Collecties, nr. KW133M106
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 105
  • Door de financiële crisis waren de prijzen voor kunst laag. Net als eerder in zijn carrière moest Gestel daarom commerciële opdrachten aannemen om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, waardoor het maken van kunst in het gedrang kwam
  • „Ik bedoel een compleet gecomponeerde uiting van je sentimenten [..] Nu voel ik, dat ik mijn materiaal zal kunnen gaan gebruiken en meer en meer tot een volledig uitspreken zal komen[..]”
  • Bron: Leo Gestel, brief voor 1936, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): J. Slagter, 'Leo Gestel', in Sint Lukas Reeks (n.6), uitgeverij Boucher, 's-Gravenhage, p. XIV
  • Ook nu voelde Gestel nieuwe mogelijkheden tot expressie aankomen, wat herhaaldelijk bij hem plaatsvond, waardoor hij mogelijk weer naar een andere schilderstijl zou overgaan
  • „Ja Blaricum was mooi, alles wordt één met sneeuw, één eigen karakter en zoo een vreemde wereld.”
  • Bron: Leo Gestel, brief 1 januari 1938, aan Nel Schilt; K.B. Den Haag: nr. KW133M106
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 106
  • Gestel kon vroeger het Gooise landschap nooit erg waarderen, maar na zijn verhuizing uit Bergen werd hij er blijkbaar later door betoverd
  • „Nu zomer 1940, oorlogstijd, overweldigd bedreigde vrijheid zoo onontbeerlijk voor de kunstenaar.”
  • „Als er iets feestelijks in mij is, dan is het de voldoening, dat ik iets in mijn werk heb bereikt. Ik haat openbaarheid en zal mij onttrekken aan alles wat daarop lijkt. Bovendien zou ik tegen viering zijn, want er zijn nog grote leemtes in mijn werk en ik voel, nog maar aan het begin te staan.”
  • Bron: Leo Gestel, brief november 1941, aan Mr. Slagter
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 28 ISBN 90-9008916-0
  • Citaat uit een brief van Gestel, vanaf zijn sterfbed. Zijn vrienden en bewonderaars van zijn kunst wilde hem huldigen op zijn 60ste verjaardag, wat hij resoluut afwees
  • „Het is een jaarlijksche bezoeking, niet zozeer de kwaal [aan zijn maag], maar de gevolgen ervan, want nu ik met werk op termijn bezig ben, loopt de boel helemaal in de war.”
  • Bron: Leo Gestel, brief 14 November 1941, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 27; ISBN 90-9008916-0
  • Gestel was al ruim een jaar bezig met een opdracht van de PTT, voor een reeks wandschilderingen in het nieuwe postkantoor van Hilversum. De voorstudies waren al klaar; hij stierf te vroeg om de opdracht nog uit te kunnen voeren
  • „Ik zal door mijn werk blijven voortleven.”
  • Bron: Leo Gestel, opmerking op zijn sterfbed, circa 25 november 1941
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 27 ISBN 90-9008916-0
  • In meerdere uitlatingen van de kunstenaar bleek hij zich hier sterk bewust van te zijn

Citaten, ongedateerdBewerken

  • „Zou het niet verstandig zijn, te wachten, tot er een natuurlijk verlangen ontstaat door diepere cultureele belevingen gewekt, om "kunst" te willen beleven of bezitten, in plaats van concesssies te doen op het stuk van de artistieke waarde en den arbeider een blijvend genoegen aan te bieden, dat nog minder kost dan een bioscoopkaartje? Kan men liefde wekken, waar geen liefde is. Het is nu materie en nog eens materie.”
  • Bron: Leo Gestel, brief, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 30 ISBN 90-9008916-0
  • Gestel kritiseerde de vele initiatieven toen om 'de arbeider cultureel te verheffen' met bijvoorbeeld betaalbare prenten; dit gebeurde onder andere door die kunstenaars die zich verbonden hadden met de S.D.A.P.
  • „Hoe zou men nog schoonheidsverlangen kunnen voelen in het paradijs? [..] Wij schilders, wij zouden menschen kunnen zijn en de natuurfilm volledig en daadwerkelijk afwerken en het eeuwige leven genieten [..] Wij nemen zo graag genoegen met dat in het gedrang zitten, omdat we dit paradijs niet eens begeeren, maar het steeds voor ons zien, achter den ezel.”
  • Bron: Leo Gestel, brief, aan Dirk Klomp
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 30 ISBN 90-9008916-0
  • Gestel pleitte ervoor dat de kunstenaar zich vrij hield van materiële en financiële druk, om zo zijn eigen ontwikkeling te kunnen volgen en ontvankelijk te blijven voor inspiratie

Citaten over Leo Gestel - chronologischBewerken

  • „Leo Gestel, Piet van der Hem en Piet van Wijngaerdt, zijn met overgroote meerderheid van stemmen buitgesloten van den kring die over het wel en wee van Arti de beschikking heeft.”
  • Bron: anoniem, 'Een déballotage', in Arnhemsche Courant, 5 december 1911
  • Aanhaling(en): Renée Smithuis, Piet van Wijngaerdt, (1873 – 1964) grondlegger van de Bergense School, Waanders Uitgevers, Zwolle, 2018, p. 31; ISBN 978-94-6262-211-1
  • Alle drie de schilders behoorden tot de nieuwe stroming die in de lichte kleuren van het luminisme begonnen te schilderen. Jan Sluyters was al eerder zijn stemrecht ontnomen; de déballotgae gebeurde in de kunstenaarsvereniging Arti aan het Rokin te Amsterdam
  • „Dit is over het cubisme heen, de schema’s zijn logisch uit de constructie voortgekomen, het organisme wil hier getuigen en werkt mede tot een zekere lineaire expressie; in het kort, dit heeft niets meer te maken met een moedwillig door prisma’s bekijken van de natuur. De praktijk heeft de theorie verdreven, en ik geloof dat, als zulke waarachtige schilders als Sluijters, Gestel en Mondriaan en Weyland maar heel veel schilderen en heel weinig praten, er blijde dagen komende zijn. (1913)”
  • Bron: De Vries en De Groot, Van sintels vuurwerk maken, Nai010 uitgevers/publishersp, 2015, 172.
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 45
  • In 1913 vond de derde tentoonstelling van de Moderne Kunstkring plaats in het Stedelijk Museum Amsterdam. Naar aanleiding van de 'voortreffelijke naaktfiguur' van Gestel schreef Jan Veth dit redelijk positieve commentaar - i.t.t. de twee jaren daarvoor
  • „U zelf doet in uw werk mee aan kubisme, maar in plaats van met ons te marcheren loopt u naar het impressionisme, het meest door ons bestreden [..] maakt zelf met uw belangrijke zaal hun ander onduldbaar onbeduidende tentoonstelling mogelijk.”
  • Bron: C. Kickert, brief 1915, aan Leo Gestel; RKD-archief Den Haag, correspondentie Leo Gestel
  • Aanhaling(en): Karin van der Beek, 'Leo Gestel (1881-1941) Inspirator van de Bergense kunstenaarskolonie', 21 februari, 2016, pp. 7-8
  • Kickert was toen secretaris van de Moderne Kunstkring en nam het Gestel kwalijk dat hij zijn nieuwe kubistische werk bij de Hollandsche Kunstenaarskring had tentoongesteld (hij had er een eigen zaal met zijn kubistisch werk uit Mallorca]) en niet bij de Moderne Kunstkring
  • „Leo Gestel is een kunstenaar naar wie men graag luistert. Immers hij is niet alleen een bekwame tekenaar, doch bovenal een echte kunstenaar, die onafhankelijk van andermans oordeel een voorstelling geeft van de werkelijkheid zoals hij die zelf ervaart.”
  • Bron: auteur onbekend, krantenartikel, maart 1916?; RKD krantenknipsel, Den Haag, archief Leo Gestel, doos V
  • Aanhaling(en): Karin van der Beek, 'Leo Gestel (1881-1941) Inspirator van de Bergense kunstenaarskolonie', 21 februari, 2016, p. 15
  • Dit werd geschreven naar aanleiding van een tentoonstelling van Gestel bij kunsthandel 'De Zonnebloem' in Den Haag. Het citaat illustreert de onafhankelijke kijk van Gestel en de waardering daarvoor, destijds
  • „Die teekeningen zijn zoo grootsch, zoo aangrijpend dat ik er toe kom Gestel te beschouwen als een der grootste kunstenaars die ons land heeft voortgebracht. [..] Vreeselijk is het te voelen, hoe onder die horden maar één begeerte is: weg te komen uit de hel, die achter hen brandt en dondert. [..] Voort, in honger en pijn. Voort in verpletterende vermoeidheid, voort ziek of niet, doof, blind of kreupel, voort naar de reddende grens.”
  • Bron: C.L. Dake, 'Tentoonstelling De vlucht uit België', Stedelijk Museum Amsterdam, De Telegraaf, 25 februari 1916
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, pp. 68-69
  • Criticus Dake was diep onder de indruk van de serie van circa 100 tekeningen van de taferelen van Belgische vluchtelingen 'De vlucht uit België' die Gestel aan de grens met België had gemaakt tijdens de inval van de Duitsers. Gestel zelf heeft ze later nooit zo gewaardeerd
  • „Zijn Arga is een electrisch lampje, uitgespoten, opgespoten uit een krater; de kleuren, paars-grauw, zijn zuiver modern.”
  • Bron: anonieme recensent, Het Vaderland, 1919
  • Aanhaling(en): 'Biografie Leo Gestel', op website Philips reclamekunst
  • Met name voor de Philips Argalampen die omstreeks 1916 op de markt kwamen, had Gestel flink wat reclame ontworpen; al zijn werk voor Philips ontstond in de periode 1918-1919. In 1919 nam hij deel aan een tentoonstelling van reclameprenten in de Haagse Kunstkring
  • „Vergeet niet Leo, dat jij nog aan een grote roeping voldaan hebt. Jij bent de belangrijkste in Holland [..] door de rampzalige brand is een groot deel van je werk verbrand, maar jou hebben we mogen behouden. [..] het is je plicht verder door te gaan als voorbeeld en aansporing voor alle jongeren.”
  • Bron: Adriaan Lubbers, brief 28 maart 1929; RKD brieven Den Haag, archief Leo Gestel
  • Aanhaling(en): Karin van der Beek, 'Leo Gestel (1881-1941) Inspirator van de Bergense kunstenaarskolonie', 21 februari, 2016, p. 12
  • Kunstenaar Adriaan Lubbers - één van de betere vrienden uit Bergen van Gestel - schreef hem naar aanleiding van de brand in Gestels atelier waarbij veel werk verloren ging; Gestel werd onder de modernere kunstenaars duidelijk gewaardeerd
  • „..Zeer merkwaardig en in onze kunstwereld nog ongezien, bijgevolg zeer persoonlijk. De werken vertonen Gestels nieuwste opvattingen omtrent figuur-styleering [..]: zwaar, forsch, bijna onbehouwen, - men zou haast zeggen: wanstaltig.. ..maar van een enorme kracht.”
  • Bron: N.H. Wolf, in De Kunst, 1931, p. 23
  • Aanhaling(en): E. Langstraat, De reputatie van Leo Gestel - Een kunstkritische waarderingsgeschiedenis van zijn werk, Open Universiteit Nederland Kunst en Cultuurwetenschappen; Masterscriptie september 2019, p. 101
  • In 1931 had kunstcriticus Wolf, die totdantoe meestal lovend (soms afkeurend) over Gestel had geschreven, enige moeite met zijn grove werkwijze. Bij nadere beschouwing waardeerde hij toch wel 'de enorme forschheid die er van uit gaat'
  • „Ik hoop dat u zich altijd verder zult blijven ontwikkelen zoals u in uw laatste werk weer een ontwikkeling toont, wat mij in uw leeftijd iets bijzonders lijkt, omdat de meeste schilders dan hun vondsten blijven uitbuiten.”
  • Bron: Paul Citroen, brief 22 decemver 1932, aan Lei Gestel; RKD brieven Den Haag, archief Leo Gestel
  • Aanhaling(en): Karin van der Beek, 'Leo Gestel (1881-1941) Inspirator van de Bergense kunstenaarskolonie', 21 februari, 2016, p. 14
  • Ook Paul Citroen onderkende nieuwe ontwikkelingen in het werk van Gestel na zijn verhuizing van Bergen naar Blaricum en waardeerde dit sterk; hij schreef Gestel naar aanleiding van zijn 50ste verjaardag
  • „In welke richting dit [recente] werk zich ontwikkelen zal is niet te zeggen.”
  • Bron: Willem van der Pluym, 'Leo Gestel, de schilder en zijn werk', 1936
  • Aanhaling(en): DBNL, Opwaartsche wegen. Jaargang 14, p. 273
  • Door de voortdurende wisselingen in zijn schilderstijl kreeg Gestel regelmatig kritiek te verduren; deze opmerking is een zeer genuanceerde opmerking over het gegeven dat zijn stijl volstrekt onvoorspelbaar was
  • „Wij hadden een geweldig respect voor zijn talent, vandaar ook dat wij den naam Leendert tot Leonardo verhieven, wat later verschrompelde tot Leo [Gestel].”
  • „Met Leo Gestel verliest de Nederlandsche schilderkunst een figuur, aan wien onze hedendaagsche schilders veel te danken hebben. Zijn landschappen van Mallorca, portretten, stillevens, zijn werken uit den Beemster openden ons de ogen voor nieuwe wegen, voor nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden. [..] Zijn werk spreekt in onze eigen taal; het heeft altijd houvast en iets onloochenbaar directs.”
  • Bron: Jelle Troelstra, aan het graf van Leo Gestel, 21 november 1941
  • Aanhaling(en): D.A. Klomp, 'Leo Gestel, kunstenaar van groot formaat', in De Bergensche School, uitgeverij Strengholt, 1943; herdruk Pirola, Schoorl, 1995, p. 29 ISBN 90-9008916-0
  • Jelle Troelstra sprak in november 1941 deze woorden tijdens de begrafenis van Leo Gestel. Gestel was een van de eerste kunstenaars van de Bergense School die zich in Bergen vestigde en had bovendien duidelijk invloed op de andere kunstenaars aldaar
  • „..het beeld dat Klomp, Jaffé, Niehaus en Venema van Gestel schetsen, dat hij [Gestel] de artistiek leider van het (nieuwe) Bergens expressionisme zou zijn, [is] niet houdbaar. Gestel is wel met Piet Boendermaker het sociale middelpunt van de schildersgroep.”
  • Bron: Piet Spijk, De Bergense School en Piet Boendermaker, kunstverzamelaar in Amsterdam en Bergen, Zwolle 1997, p. 46
  • Aanhaling(en): Karin van der Beek, 'Leo Gestel (1881-1941) Inspirator van de Bergense kunstenaarskolonie', 21 februari, 2016, p. 8
  • Na zijn kubistische Mallorca landschappen van voor 1915 keerde Gestel terug naar een figuratief expressionisme dat vanaf 1915 in Amsterdam met zijn donkere kleuren een nieuwe kunststroming vormde; dit verplaatste zich kort daarop al naar Bergen. Wel of niet door Gestel - dat is het meningsverschil
  • „Het is waarschijnlijk ook Gestel geweest die Boendermaker op Bergen [de Bergense School] heeft geattendeerd. Regnault, een kunsthandelaar uit Laren, heeft nooit veel vertrouwen gehad in de kennis van zaken van Boendermaker. Hij vond het een geluk voor Boendermaker: 'dat deze bevriend geraakt is met een hoogstaand man als Leo Gestel [..] Zonder de steun van Gestel zou Boendermaker een hele hoop minder goede dingen gekocht hebben'.”

Citaten over.. - ongedateerdBewerken

  • „Met de nodige zelfkennis en de bewustheid, de persoonlijkheid onder de kunstenaars eigen, ging Gestel nadenken over wat het wezen kon wat hem ontbrak om uit te drukken dat wat hij wilde geven. Gestel was dus voortdurend aan het zoeken naar nieuwe wegen en heeft tijdens zijn leven nooit echt het punt bereikt hét gevonden te hebben.”
  • Bron: N.H. Wolf, kunsttijdschrift De Kunst
  • Aanhaling(en): Loosjes Terpstra, 'Moderne Kunst in Nederland', uitgeverij Veen / Reflex, Utrecht 1987, p. 92
  • Gestel was telkens opnieuw wegen aan het zoeken en uitproberen om zich beter uit te drukken; hij heeft tijdens zijn leven eigenlijk nooit echt het punt bereikt dat voor hem voldoende was

Galerij van werkenBewerken

Externe linkBewerken