Johan Hendrik van Mastenbroek

Nederlands kunstschilder (1875-1945)

Johan Hendrik van Mastenbroek (Rotterdam, 4 december 1875 – aldaar, 16 november 1945) was een Nederlands kunstschilder die bekend werd met zijn havengezichten van Rotterdam en de directe omgeving..

Johan Hendrik van Mastenbroek, 1906: 'Zelfportret'
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Citaten van Johan Hendrik van Mastenbroek - chronologischBewerken

Citaten voor 1940Bewerken

  • „Voor zijn brood werd hij [de vader van Mastenbroek] verversbaasje en had toen een winkel in een huis met pothuis in de Wijde Nieuwsteeg, die van het vasteland naar de Leuvenhaven loopt[, in Rotterdam]. Het is dan ook daar dat Jongkind een hechte vriendschap koesterde voor mijn vader. Hij vertelde dat eene de Haas, schilder van zeegezichten met schepen (naderhand naar Amerika vertrokken) en zijn broer, een musicus, als ook Jongkind, dikwijls in zijn ververswinkel vertoefden.”
  • „Ik herinner mij een aquarel van Jongkind bij ons tehuis, voorstellende: 'de houtzaagmolen halverwege Rotterdam en Overschie', waarop Jongkind had geteekend: 'Aan mijn vriend Mastenbroek' [vader!]. Toen ik heel jong was, bekeek ik deze aquarel altijd met diepe vereering en had een stillen wensch, dat ik eens genoeg mocht verdienen om deze van mijn vader te koopen. Maar toen ik als verversjongen de wereld in ging, verdiende ik 5 cent per uur en kon dus het geld niet bij elkaar krijgen [..] Toen ik dan ook naderhand buiten schilderde, hield mijn vader mij altijd voor, eerst te zorgen mijn brood te kunnen verdienen, desnoods met verven [huisschilder], schilderen zou dan later wel kunnen gebeuren en in den vrijen tijd, Jongkind steeds als voorbeeld stellend, daar hij zoo miskend werd in Holland. Ik heb deze raad ook trouw opgevolgd en ben daar nog dankbaar voor.”
  • „Als schooljongen teekende ik al onderdeelen van schepen, toen natuurlijk meestal zeilschepen. Ik begon, bescheiden, met wat achterstukken, roeren, zwaarden, boegsprieten, masten en zeilen te teekenen, en daarna, stoutmoediger, heele schepen, meer schepen bij elkaar, groepen, hoekjes van de kaden en de havens. En zoo groeide in mijn werk dat ik van jongen maakte, al geleidelijk het beeld van Rotterdam. Trouwens, ik ben al die jaren door, dat ik in Rotterdam rondzwierf, met de havens meegegroeid. Rotterdam van thans is niet meer te vergelijken met Rotterdam van de negentiger jaren, toen ik mijn eerste eigenlijke schilderwerk begon te maken.”
  • Bron: Algemeen Handelsblad, 'Van Mastenbroek over Rotterdam', interview en tekst, 25 juli 1928
  • Aanhaling(en): J.H. van Mastenbroek Archief, 'Interview met J.H. van Mastenbroek, uit het Algemeen Handelsblad, 25 juli 1928'
  • Dit citaat van Van Mastenbroek uit 1928 verduidelijkt de betekenis van de Rotterdamse havens, al in zijn vroege ontwikkeling als ongeschoolde tekenaar en schilder
  • „De liefde voor Rotterdam heb ik altijd behouden. Ik volgde de technische ontwikkeling van het moderne havenbedrijf tot in alle onderdeelen, bestudeerde en verwerkte haar. [..] Dan heb ik geen rust, tot hetgeen ik zag, op mijn doek is uitgesmeerd en daarmede weer voldaan is aan mijn scheppingslust. Alle groote havens heb ik zien graven, alle kaden zien bouwen. En altijd maar schetsende heb ik die heele evolutie sinds 1890 meegemaakt en verwerkt, al die jaren door, natuurlijk onder de grootste belangstelling van de Rotterdamsche straatjeugd, maar zonder dat ze me lastig viel. De zeilvaart werd verdrongen door de stoomvaart en veel menschen werden verdrongen door machines. Alles wisselde en veranderde. En mijn werk wisselde en veranderde met alles mede.”
  • Bron: Algemeen Handelsblad, 'Van Mastenbroek over Rotterdam', interview en tekst, 25 juli 1928
  • Aanhaling(en): J.H. van Mastenbroek Archief, 'Interview met J.H. van Mastenbroek, uit het Algemeen Handelsblad (25 juli 1928)'
  • Dit citaat van Van Mastenbroek uit 1928 verduidelijkt de betekenis van de Rotterdamse havens, al in zijn vroege ontwikkeling als ongeschoolde tekenaar en schilder

Citaten na 1940Bewerken

  • „In 1916 en 1926 heb ik schetsen gemaakt in de streken, welke waren geteisterd door den watersnood; in het eerstgenoemde jaar was dat in Waterland, tien jaar later in het gebied van Maas en Waal. Een wonderlijk beeld boden die onder water staande streken, waar alleen daken en kerktorens en boomkruinen boven den waterspiegel kwamen, toch aan den anderen kant grootsch en schoon door de weerspiegeling van hemel en wolken in het eindeloze watervlak. Van hetgeen ik in Broek in Waterland had gezien en geteekend heb ik later ook eenige schilderijen gemaakt en in 1916 heb ik ter gelegenheid van een avond in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te ’s Gravenhage ook een tableau-vivant van de dijkdoorbraak samengesteld.”
  • „..Het huis is overvol natuurlijk. Maar ik heb mijn levenswerk van 60 jaar om mij heen en zo nu en dan kan ik mijn schetsen rustig uitwerken. Ik heb er nog zo veel die ik moet uitwerken..”
  • „..dit [het schaatsen en het jagen] schonk me het voorrecht, het landschap en de rivier te zien bij het aanbreken van den dag en ook wanneer de zon onder ging. Zoodoende kwam ik als vanzelf tot de jacht- en vogelschilderijen. Ik genoot altijd dubbel: eerst wanneer ik het buiten zag en teekende en naderhand thuis, wanneer ik het schilderij of de teekening uitwerkte.”
  • „ik kon zoo gelukkig zijn wanneer ik buiten een machtige impressie had opgedaan; ik kon staan smullen van de heerlijke wolkenformaties en van den aan kleuren zoo rijken strijd tusschen zon en wolken. Ik ging dan ook altijd uit teekenen wanneer het buiig weer was want dan had men de mooiste luchten en de schitterendste kleuren. De aarde was dan doorweekt dus zwaar van kleur en dat deed zoo smeuïg aan en het waren de aangewezen dagen om buiten te gaan werken. Daarna had ik geen rust voor ik zulke indrukken in een schilderij had verwerkt [in het atelier].”

Citaten over Johan Hendrik van MastenbroekBewerken

  • „Waarde Collega - Als voorzitter van de commissie van beheer over de kunstzalen der Maatij. Arti & Amicitiae [op het Rokin te Amsterdam] heb ik de eer Uwe aandacht te vestigen op de uitgeschreven tentoonstelling van aquarellen in October e.k. In het belang dezer tentoonstelling noodig ik U uit een paar flinke aquarellen in te zenden, waarmede gij mij ten zeerste zoudt verheugen, Met collegialen groet, t. à v. Witsen.”
  • Bron: Willem Witsen, brief Amsterdam 20 september 1916, aan Johan Hendrik van Mastenbroek; Gemeentearchief Den Haag, inv.nr. OV2 schildersbrieven
  • Aanhaling(en): DBNL, 'Willem Witsen aan Johan Hendrik van Mastenbroek', in Volledige briefwisseling(1877-1923) - Willem Witsen
  • Citaat uit de brief van de Amsterdamse schilder Willem Witsen illustreert de vanzelfsprekendheid waarmee men in Amsterdam Mastenbroek zijn grote aquarellen waardeerde
  • „..men zal het toch als een vaststaand feit dienen te erkennen dat hij zijn grootste belangrijkheid heeft bereikt zooals hij die zelf ook wenste, namelijk als de schilder van het Rotterdamsche stads- en havenbeeld.”
  • „Ook hij heeft zich in zijn stadsgezichten van Rotterdam, van Delfshaven, van Dordrecht niet aan de topografische realiteit gehouden. Wel deed hij dat in zijn forsche aquarellen, welke hij buiten maakte en die evenals zijn tekeningen hem later thuis hielpen bij het schilderen. Reeds in het vroege werk zooals in de Voorhaven te Delfshaven (1907) of de Oude Haven te Rotterdam (1907) wordt de beschouwer zijn neiging gewaar, de dingen "in de breedte" te zetten. Het is alsof hij de kademuren en huizen verder van elkander af zet om meer ruimte te kunnen scheppen en meer van de lucht te kunnen laten zien.”

Galerij van werkenBewerken

Externe linkBewerken